Vrijdag, zaterdag en zondag is het er niet van gekomen om blogs te schrijven. De vermoeidheid trad in en ik merkte dat ik behoorlijk wat moest doen om de boot aan het lopen te krijgen. Het ging niet meer vanzelf. Hieronder dan een afsluitend blog van de laatste drie dagen van de 200 myls solo
Het is donderdagnacht 00:00 uur en Jaco van de High Spirit en ik liggen naast elkaar voor anker bij Oude Zeug. Ik steek mijn kop buiten het luik en zie op de windmeter dat het nog steeds niet veel waait. Jaco is ook wakker geworden, maar we beslissen om nog twee uur te gaan slapen. Die gestolen twee uurtjes slaap ik onrustig. Uiteindelijk wordt ik bruut gewekt door de wekker. Het waait minder dan daarvoor, maar ik besluit om te gaan.
Bij Jaco is er na tien minuten nog steeds geen beweging en ik geef hem een belletje. Door de wekker geslapen. Aanvankelijk waait het nog niet veel, maar als ik verder onder de wal vandaan kom dan begint de boot te lopen. Uiteindelijk hebben we een mooie tien knopen wind en de boot loopt weer geweldig. Jaco blijft eerst mooi in de buurt, maar als we aan de laatste twee rakken beginnen richting Lelystad begin ik hem uit zicht te raken. Ik maak me zorgen of ik het wel ga halen vandaag. De wind begint eruit te zakken en het ziet er niet naar uit dat hij terug gaat komen.
Handig
Bij Enkhuizen begint de wint te draaien de goede richting op. De boot begint langzaam weer te lopen en snel kan ik de fok inrollen en de Code O hijsen. Ik begin behoorlijk handig te worden in het wisselen van de zeilen. Het kost alleen veel kracht. Ik ben blij dat ik het solozeilen met wat minder wind kan uitproberen. Niet dat ik bang ben voor harde wind, maar windstilte of weinig wind is niets voor mij. Dit is voor mij de uitdaging. Raggen met met veel wind zit me in het bloed, maar met weinig wind vind ik het moeilijk om de concentratie vast te houden en geef ik er makkelijker de brui aan.
Op het stuk tussen Enkhuizen en Lelystad probeer ik alles uit de boot te halen door te trimmen en uiteindelijk de Code 0 te wisselen voor de gennaker, omdat de wind steeds meer omloopt/(draait). Als ik de boot oploef totdat er druk komt, gaat hij lopen en probeer ik zo diep mogelijk af te kruizen. Dit werkt. Het valt me op dat er bij de dijk meer rimpels in het water zitten. Meer wind dus. Als ik voorbij het laatste ondieptetonnetje ga beslis ik om naar de dijk te gijpen. Bij de dijk zet ik de laatste gijp in en ik kan direct op de boei aanlopen. Mijn keuze om diep af te kruizen heeft gewerkt. Ten opzichte van een andere boot ben ik flink uitgelopen. Het is heerlijk om de boei te ronden en de motor te starten. Ik zet koers naar de Houtribsluis en maak de boot klaar voor de nacht.
De windverwachting wordt er niet beter op en ik begin me zorgen te maken of ik de finish wel ga halen. Het is vanuit Lelystad nog ongeveer 25 mijl en ik moet nog twee rustperiodes hebben van zes uur. Zo dadelijk gaat mijn tweede rustperiode in. In mijn eigen box in Lelystad haven. Heerlijk
Winnaarsmentaliteit
Om 23:00 uur gaat de wekker en de windmeter geeft nog steeds geen wind aan. Het bed is heel erg lekker warm en ik kan zeker nog twee uur slaap gebruiken. Als de wekker opnieuw gaat, staat er nog steeds geen wind. Ik wil het gaan halen en besluit de lijnen los te gooien en te beginnen aan de laatste rakken op het Markermeer. Er ontstaat ook twijfel bij me of ik het nog wel leuk ga vinden. Het ziet er naar uit dat het een hele lange laatste adem gaat worden. Ik vind het normaalgesproken heel vervelend om met geen of heel weinig wind te zeilen. Het geduld raakt snel op bij me en dan gaat normaal de motor aan. Maar toch komt bij mij ook de winnaarsmentaliteit om de hoek. Ik geef niet snel op en begin het leuk te vinden om toch 1 of 1,5 knopen snelheid uit de boot te halen. Het lukt me steeds beter en ik kom veel over de boot te weten. Het steekt heel nauw welke windhoek ik vaar en ik zie dat meteen aan de snelheid. Eerst ruimer varen en snelheid opbouwen, geleidelijk de schoten strakker trimmen en verder oploeven. Bij 3 knopen wind kan ik al gauw tussen de 2,5 en 3 knopen snelheid varen. Uiteindelijk doe ik er veertien uur over om de 16,5 mijl tussen Lelystad naar Hoorn en Volendam af te leggen.
Het is zaterdag 16:00 en het anker valt bij de dijk voor Volendam in de Gouwzee. Als ik de boot achteruit vaar om het anker in te laten graven, komt er een grote bos zeewier boven die om de kiel zat. Ik had al zo’n vermoeden, omdat de boot niet lekker liep. De Live Your Dream heeft een diepgang van 2,4 meter en dat is diep genoeg om het zeewier dat nu op de bodem groeit een mooie maaibeurt te geven. Mijn laatste rustperiode van zes uur gaat nu in.
Nog negen mijl
Vanaf deze boei is het nog 9 mijl naar de finish en ik heb het vertrouwen dat ik het ga halen. De weerberichten geven aan dat er de volgende ochtend wind gaat komen, maar ik wil dat risico niet lopen. Ik kan er op gokken om later weg te gaan en met meer wind in een sneller tempo de laatste mijl af te leggen. Ik vind dat risico echter te groot en besluit dat ik om 0100 met het laatste rak ga beginnen. Het gaat nu om aankomen.
Het zijn rare laatste mijlen met gemengde gevoelens. Het eerste stuk naar het Paard van Marken gaat snel. Je gaat dan toch rekenen en je stelt je in op het halen van de eindstreep met een gemiddelde van 3,5 knopen. Ik kan om vijf uur aankomen. Ik moest me wel een beetje opladen voor het laatste stuk en die snelheid was zeer wenselijk. Als bij het Paard de wind er uit gaat en ik een uur bezig ben om om het Paard te komen, komt het besef dat ik nog even moet doorzetten. Het is nu zo dicht bij en met een gemiddelde snelheid van iets minder dan 0,75 knopen per uur naar de finish is het door geconcentreerd te sturen en te trimmen haalbaar te finishen.
Al veel langer had ik gemerkt dat het zelf sturen op de lange duur veel minder effectief is dan op de stuurautomaat. De automaat op de windhoek in plaats van op een kompaskoers werkt geweldig en ik trim dan bij. De wind draait continu. Vaak moet ik overstag, heel soms kan ik ineens op mijn doel af sturen, P9. De magische boei.
Het is over
Om 08:25 uur glijdt de boot langs de P9 en is het voorbij. Hier begon het vijf dagen geleden en nu heb ik het toch gehaald. Het is een mooi en toch emotioneel moment. Het voelt als een ontlading en de spanning die van de boog wordt gehaald. Bij alles wat ik doe realiseer ik me dat ik een chronische ziekte heb en mijn totale aorta vervangen is door kunststof. Ik laat me echter niet snel uit het veld slaan en het voelt groots dat ik dit toch kan. Het betekent ook dat ik verder kan. Mijn grenzen zijn nog niet bereikt.
Ik ben de 200 mijls gaan varen om verschillende redenen. Ik wil veel over mezelf leren en kijken of ik het solozeilen leuk vind. Ik ben geen Remie (Alleen op de wereld), maar wil graag mijn eigen grenzen verkennen en verleggen. Zeilen is hiervoor mijn middel. De 200 mijls is voor mij een eerste aanraking met het solozeilen, met als doel om te kijken of ik het leuk vind en daarmee de campagne voor de Ostar in 2013 in gang te zetten. De 200 mijls was daarmee voor mij ook een beladen race waarvan veel af hangt.
Na de finish heb ik de boot eerst vijftien minuten laten drijven en de laatste dagen de revue laten passeren. Ik heb het moeilijk gehad en mezelf op een andere manier leren kennen. Het belangrijkste is dat ik het geweldig heb gevonden en genoten heb van het solozeilen. Daar waar ik normaal zou stoppen, ben ik doorgegaan. Dit smaakt naar meer. Ik ben trots op mezelf.
Olaf SY Live Your Dream